Gas

Visie

Gas is al meer dan een halve eeuw onlosmakelijk verbonden met de Europese energievoorziening in het algemeen en de Nederlandse in het bijzonder. Sinds de ontdekking in 1959 van het Groningenveld, destijds het grootste gasveld ter wereld, is hier meer dan 2000 miljard m3 aardgas gewonnen. Meer dan 95 procent van de Nederlandse huishoudens gebruikt aardgas voor verwarming. GasTerra is de exclusieve verkoper van het gas uit het Groningenveld. Het verkoopt dit gas op de binnenlandse markt en levert het aan Duitse, Belgische en Franse energiebedrijven.

Naast het Groningengas, dat laagcalorisch is (dat wil zeggen een relatief lage verbrandingswaarde heeft) verhandelt GasTerra ook een groot volume hoogcalorisch gas. Dit gas is voornamelijk afkomstig uit Nederlandse kleinere gasvelden in de Noordzee en op land en van importen uit Rusland en Noorwegen. Het hoogcalorisch gas wordt gebruikt door de industrie in binnen- en buitenland en door gebruikers van laagcalorisch gas, dat door middel van kwaliteitsconversie (lees het bijmengen van stikstof in speciaal daarvoor bestemde installaties) wordt geproduceerd. De producenten van kleineveldengas kunnen dit zelf op de markt brengen, maar dat hoeft niet. GasTerra is wettelijk verplicht dit gas desgevraagd tegen marktconforme voorwaarden af te nemen.

In een periode van structurele en ingrijpende veranderingen, waarin de gashandel en het gastransport van elkaar werden gescheiden en de markt werd geliberaliseerd, heeft gas zijn hoofdrol in de energievoorziening behouden. Toch is de vanzelfsprekendheid eraf. De positie en het imago van gas staan onder druk. De positieve kenmerken van ons product, zoals comfort, schoonste fossiele brandstof, flexibiliteit en veelzijdigheid dreigen op de achtergrond te raken. Belangrijke oorzaken daarvan zijn in onze regio de aardbevingen, die bij velen het gevoel hebben versterkt dat gas in het gunstigste geval een noodzakelijk kwaad is en de Russisch/Oekraïense crisis, die de toch al bestaande twijfels over de voorzieningszekerheid van gas in Europa heeft vergroot. Bovendien is wereldwijd het besef gegroeid dat het aandeel fossiel in de energiemix de komende decennia fors moet verminderen om te voorkomen dat de gemiddelde temperatuur door menselijk activiteiten met meer dan anderhalf tot twee graden zal stijgen.

Aardgas kan CO2-emissies substantieel helpen terugdringen door waar mogelijk en zinvol de plaats in te nemen van de meer vervuilende brandstoffen olie en, vooral, kolen. Het is immers met voorspong de schoonste fossiele brandstof. Toch ziet een steeds omvangrijkere groep ons product voornamelijk als onderdeel van het probleem en niet van de oplossing. De realiteit is echter dat (aard)gas beide is. Gas is wereldwijd, in Europa en in Nederland onmisbaar en zal dat de komende decennia blijven, zowel uit een oogpunt van voorzieningszekerheid als van verantwoord klimaatbeleid. Wat dat laatste betreft: GasTerra heeft samen met collega-bedrijven, verenigd in de Nederlandse gasassociatie KVGN, het Gas-op-Maat-concept omarmd. Dit houdt in dat we in de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening aardgas alleen daar inzetten waar duurzame alternatieven vooralsnog minder aantrekkelijk zijn. Gas wordt, met andere woorden, maatwerk.

Ten slotte: ondanks de grote veranderingen die de energiesector heeft ondergaan en nog zal ondergaan, mag de hoge economische en maatschappelijke waarde van deze bodemschat niet worden onderschat. Nederland beschikt bijna zestig jaar na ontdekking van het Groningenveld nog altijd over in totaal ruim 900 miljard kubieke meter conventioneel aardgas. Bij de verantwoorde winning daarvan zal de samenleving ook in de toekomst baat hebben.

Ketenbeheer

GasTerra hecht groot belang aan verantwoord ketenbeheer. Daarbij richten we ons primair op het gebruik van ons product (‘downstream’), omdat we het belangrijk vinden dat de samenleving gas zo efficiënt mogelijk inzet. We merken nochtans dat bij een aantal stakeholders onduidelijkheid bestaat over GasTerra’s rol upstream, met name met het oog op de aardbevingsproblematiek en de inkoop van gas uit Rusland.

De keten

In de keten zijn alle activiteiten opgenomen van winning tot gebruik van aardgas. GasTerra is hierbij verantwoordelijk voor het handelsgedeelte. We kopen en verkopen gas en daaraan gerelateerde diensten. Daarbij hebben we te maken met verschillende nationale en internationale partijen. Uiteraard met producenten, leveranciers en klanten, maar bijvoorbeeld ook met netbeheerders voor het transport van het gas en met markttoezichthouders en overheden die verantwoordelijk zijn voor (controle van) wet- en regelgeving. Daarnaast hebben wij de publieke taak om invulling te geven aan delen van de Gaswet, met name het inkopen van gas uit de zogeheten kleine velden, het innemen en verkopen van het gas uit het Groningenveld, en het waar nodig ondersteunen van GTS bij het uitvoeren van zijn wettelijke taken. GasTerra koopt ook (beperkt) gas in uit Noorwegen en Rusland. De productie uit deze buitenlandse bronnen is gebonden aan in die landen geldende regelgeving. Hier heeft GasTerra geen rechtstreekse invloed op. 

We participeren in verschillende samenwerkingsverbanden binnen de keten. Daarbij streeft de onderneming verschillende doelen na zoals het ondersteunen van klanten bij het verduurzamen van productieprocessen (Milieu Plan Industrie), kennisuitwisseling, het ontwikkelen van innovatieve gastoepassingen, het uitdragen van de voordelen van gas in de transitie naar een duurzame energievoorziening en het verbeteren van regulering. In het kader van deze laatste twee onderwerpen zijn we actief in Den Haag en, primair via de brancheorganisatie Eurogas, in Brussel. Ook zijn we aangesloten bij de nationale belangenbehartiger Vereniging Energie-Nederland.

We hebben als handelsonderneming beperkte invloed met betrekking tot het ketenbeheer upstream, mede doordat de onderneming door haar wettelijke, publieke taak niet vrijelijk kan kiezen van welke producent wel of geen gas wordt afgenomen. Bovendien is op de vrije gasmarkt niet te achterhalen waar het ingekochte gas vandaan komt. GasTerra onthoudt zich ervan om politieke of maatschappelijke discussies in te brengen in de contractuele relaties met leveranciers en klanten. Wel zijn we onderdeel van het samenwerkingsverband Project Delta Group waarin we best practices delen op het gebied van gaswinning.

Voor wat betreft de productie van Groningengas is de rolverdeling als volgt: NAM wint dit gas en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de besluiten van het kabinet omtrent de productiebeperking uit het Groningenveld. GasTerra is exclusief verantwoordelijk voor het verhandelen van dit gas. De productie uit het Groningenveld (en eveneens de kleine velden) is aan strakke milieu- en veiligheidsregels van de overheid gebonden. GasTerra heeft hierop geen directe invloed, maar verwacht van zijn leveranciers dat zij voldoen aan de wettelijke eisen.

Nederland

De gasproductie uit het Groningenveld wordt in toenemende mate beperkt in verband met de toenemende frequentie en kracht van de aardbevingen in het winningsgebied. In december 2015 besloot het kabinet, in lijn met een voorlopige voorziening van de Raad van State, om de gaswining uit het Groningenveld in het gasjaar 2015/2016 te beperken tot 27 miljard kubieke meter, met een uitloop naar maximaal 33 miljard kubieke meter in een relatief koud jaar. In september 2016 nam de minister van Economische Zaken een nieuw definitief instemmingsbesluit over de gaswinning voor de lange termijn. Met ingang van het gasjaar 2016-2017 mag NAM voor de duur van vijf gasjaren niet meer dan 24 miljard kubieke meter per gasjaar winnen uit het Groningenveld. Wanneer zich een bovengemiddeld koude winter voordoet, kan meer gas gewonnen worden tot maximaal 30 miljard kubieke meter per gasjaar om de leveringszekerheid veilig te stellen. Daarnaast moet de gasproductie over het jaar zo vlak mogelijk zijn; maand- en seizoenfluctuaties moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Er zal jaarlijks een ijkmoment plaatsvinden, waarin de minister bekijkt of nieuwe kennis of feiten aanleiding geven tot aanpassing van het instemmingsbesluit.

Naast gas uit het Groningenveld koopt GasTerra Nederlands gas uit kleine velden. GasTerra stimuleert de productie van dit Nederlandse gas door de contractcondities voor kleine velden waar mogelijk af te stemmen op de behoefte van de producenten. Hiermee geeft GasTerra invulling aan het kleineveldenbeleid. GasTerra heeft de wettelijke taak dit gas onder redelijke voorwaarden en tegen een op marktconforme grondslag bepaalde vergoeding af te nemen, indien de producent dit aan GasTerra verzoekt.

Ombouw L-gas naar H-gas

Als gevolg van het naar verwachting verder dalende productievolume uit het Groningenveld na 2020 moeten gebruikers van het Groningse L-gas overstappen op H-gas. In Duitsland, Frankrijk en België is de ombouw van L-gas naar H-gas een belangrijk thema. In Duitsland is als gevolg van de afname van de eigen L-gas-productie reeds een begin gemaakt met de ombouw en vanaf 2020 wordt deze geïntensiveerd als gevolg van de afname van de aanvoer uit Nederland. In België en Frankrijk worden vergelijkbare voorbereidingen getroffen en zal in 2018 worden gestart met een pilotproject en waarschijnlijk in 2020 met grootschalige ombouw. Hierdoor vindt vanaf 2030 geen export van L-gas meer plaats. In de energieagenda heeft de minister aangegeven dat er in Nederland in beginsel geen ombouw van laag- naar hoogcalorisch gas plaatsvindt, maar dat er wel een no-regret maatregel wordt getroffen om te zorgen dat dit in de toekomst in theorie wel mogelijk is, wanneer dit noodzakelijk is.

Buitenland

GasTerra koopt naast Nederlands gas ook gas in uit het buitenland, voornamelijk van Noorwegen (Statoil) en Rusland (Gazprom). De omvang hiervan is in verhouding beperkt. Voor de inkoop van dit gas zijn in het verleden langjarige inkoopcontracten gesloten.

Sinds 2014 staan de handelsverhoudingen tussen de landen van de Europese Unie en Rusland onder druk als gevolg van de crisis in Oekraïne. De gashandelsactiviteiten zijn echter buiten de scope van de sancties gebleven en hebben de commerciële relaties van GasTerra en zijn Russische leverancier Gazprom daarom niet beïnvloed. Ongeveer 7 procent van het gas dat GasTerra inkoopt is afkomstig uit Rusland.

Leverings- en voorzieningszekerheid

In 2014 voerde de Europese Commissie naar aanleiding van de Russisch-Oekraïense crisis zogeheten ‘stress tests’ uit om de voorzieningszekerheid in de Europese Unie te testen. Hierin werden twee modelmatige simulaties van leveringsproblemen met Russisch gas en twee reacties op die simulaties (samenwerken versus niet samenwerken) in kaart gebracht. Doel was om op korte termijn de effecten te meten en input te verwerven voor de onderhandelingen tussen Rusland, Oekraïne en de EU over de gasdoorvoer en –levering. De resultaten vormden voor de Europese Commissie aanleiding om de Verordening Leveringszekerheid Aardgas te herzien. Hierin wordt de nadruk gelegd op intensievere regionale samenwerking. Uit de simulaties bleek overigens dat er in Nederland geen gasonderbrekingen zouden plaatsvinden. GasTerra is van mening dat de voorzieningszekerheid in Europa het meest gebaat is bij diversificatie van het aanbod, onder meer door aanvoer van LNG, en vrije marktwerking.

Marktontwikkelingen

Gas heeft geen goed imago in Noordwest-Europa. In Nederland is dit met name te wijten aan de veiligheids- en schadeproblematiek als gevolg van de gaswinning in Groningen en daarnaast aan het besef dat het overvloedige gebruik van fossiele brandstoffen tot klimaatverandering leidt. Daardoor staat ook de winning van gas onder druk, niet alleen in Groningen maar ook uit de kleine velden. In Europa, vooral Oost-Europa, doet daarnaast de afhankelijkheid van gasleveringen uit Rusland de reputatie van het product geen goed.

GasTerra heeft zijn strategie aan de omstandigheden aangepast. De productiebesluiten van het kabinet en het instellen van een productieplafond vertaalt zich voor ons in een aanbodplafond. NAM biedt ons niet meer aan om in te kopen dan het door de minister vastgestelde maximum.

In het gasjaar 2015/2016 produceerde NAM in totaal 26,98 miljard kubieke meter aardgas uit het Groningen-gasveld in lijn met het productieplafond van 27 miljard kubieke meter, zoals ingesteld door de Raad van State op 18 november 2015.

GasTerra streeft ernaar al het door NAM aangeboden Groningengas te verkopen. Vóór het eerste productiebesluit (in 2014) werkte GasTerra met een wettelijk voorgeschreven 10-jarig flexibel afnameplafond. Wat in het ene jaar beneden het jaargemiddelde werd ingekocht, kon later worden gecompenseerd met een hogere inkoop. Door de huidige productielimieten per jaar dient GasTerra nauwgezetter te plannen dan vroeger.

Dat GasTerra geleidelijk minder gas zou gaan verkopen, was al bekend vóór de bepaling van het maximale productieniveau voor Groningengas. Zowel het Groningenveld als de meeste kleine velden bevinden zich in de volwassen fase van hun productiecyclus. De gasproductie uit Nederlandse kleine gasvelden is de afgelopen jaren aanzienlijk verminderd door de sterke depletie van bestaande velden, het lage gasprijsniveau en de relatief hoge kosten van het produceren uit nieuwe velden. Dit leidt tot een sterk dalend aanbod onder de bestaande contracten.

Het is de taak van GasTerra om de verkoopverplichtingen gelijke tred te laten houden met het afnemende aanbod. Het gaat er daarbij om de portfolio – het totaal aan verkoopverplichtingen – optimaal af te stemmen op het aanbod van gas.

GasTerra bekijkt continu hoe wij het aanbod optimaal kunnen benutten en hoe de kosten die daarmee gemoeid zijn het beste kunnen worden gemanaged. Als gevolg van het gedaalde aanbod, de focus op kosten en efficiëntie, en de kleinere marges door toegenomen concurrentie, moeten we keuzes maken. Zo is het contracteren van klanten met een laag volume aan wie direct wordt geleverd, voor GasTerra niet meer kostendekkend. Alleen voor het inkopen van groen gas maken we qua volumelimiet een andere afweging. Hoewel de volumes nog relatief klein zijn, zal groen gas een belangrijke rol spelen in de verduurzaming van de energievoorziening.

De Europese gasvraag (EU28) was in 2016 hoger dan in 2015. Dat kwam door een toegenomen vraag naar gas voor electriciteitsopwekking, tekenen van economisch herstel in de industrie en toegenomen gebruik van gas voor transportdoeleinden.

In de Verenigde Staten zijn de emissies gedaald als gevolg van het aanbod aan schaliegas als vervanger van kolen, waardoor de kolencentrales minder produceren of zelfs zijn gesloten. In China wint gas aan populariteit, als vervanger van de vervuilende kolencentrales. Europa focust sterk op duurzame alternatieven maar erkent daarnaast dat de inzet van gas emissies helpt reduceren.

Energiedoelen

In 2016 is een verdere uitsplitsing gemaakt van wat de energiedoelen gaan betekenen voor Europa in 2030. Samen met de gemaakte afspraken tijdens de klimaatconferentie van 2015 in Parijs, zijn dit de belangrijkste ontwikkelingen voor wat betreft Europese energiedoelen.

In Nederland is een concept-Klimaatwet opgesteld, met eigen klimaatdoelen die ambitieuzer zijn dan Europa van ons land verwacht. Het betreft een initiatief-wetsvoorstel van PvdA en GroenLinks. In 2017 zal deze wet waarschijnlijk aan de Tweede Kamer worden voorgelegd.

Energiedoelen en Klimaatakkoorden

Diverse maatschappelijke partijen in Nederland ondertekenden in 2013 het Energieakkoord voor Duurzame Groei. Een van de afspraken is het energiegebruik in Nederland terug te dringen, onder andere door huizen energiezuiniger te maken. Veel woningcorporaties geven hier inmiddels invulling aan. Meer energie-efficiëntie betekent in beginsel minder gasverbruik door huishoudens. GasTerra verwacht daarom dat het totale afzetvolume in dit segment op de lange termijn zal afnemen. In 2016 vond een belangrijke evaluatie van het Energieakkoord plaats, waarbij de voortgang werd beoordeeld en nieuwe maatregelen werden aangekondigd als aanvulling op het akkoord.

Het in november 2016 gepresenteerde pakket “Clean Energy for All Europeans” (ook wel het Winterpakket genoemd) heeft volgens de Europese Commissie drie doelen: ten eerste energie efficiëntie verhogen, ten tweede wereldwijd leider worden in duurzame energie en tot slot aan consumenten een ‘eerlijke’ deal bieden. De voorstelde maatregelen zijn gebaseerd op de EU-brede doelstellingen voor energie efficiëntie en het aandeel duurzame energie in 2030, terwijl het bestaande beleid nog geënt is op de doelen voor 2020. De toename van niet-constante duurzame elektriciteit was aanleiding om knelpunten in de elektriciteitsmarkt aan te pakken.

GasTerra steunt de inzet op energie-efficiëntie. In de Ladder van Zeven, die de diverse vormen van energie naar impact op het klimaat in een rangorde plaatst, staat energie-efficiëntie niet voor niets bovenaan als eerste stap op weg naar een klimaatneutrale toekomst. Het levert op korte termijn de meeste emissiereductie op. Duurzame energie volgt direct daarna. Echter door alleen op elektrische duurzame energie te focussen wordt de potentie van groen gas voor emissiereductie miskend, vooral in moeilijk te verduurzamen sectoren zoals de industrie. In die zin is het een gemiste kans dat het Winterpakket zich vrijwel geheel op de elektriciteitsmarkten concentreert, terwijl volgens GasTerra een integrale benadering van het energiesysteem noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor het bieden van flexibiliteit in een steeds sterker fluctuerende energiemix.

Parallel aan de implementatie van het Winterpakket werkt de Europese Commissie aan nieuwe wetgeving over versterking van het ETS en emissiereductie in niet-ETS sectoren. Ook deze doelen zijn voor 2030 geformuleerd, met een gespecificeerd bindend doel per lidstaat. Bovendien is in 2016 door de Europese Commissie een voorstel gedaan voor aanpassing van de verordening voor de leveringszekerheid van gas.

In het najaar van 2015 vond in Parijs de VN-klimaatconferentie COP 21 plaats. Op de laatste dag van de onderhandelingen werd het zogeheten Akkoord van Parijs gepresenteerd. In deze overeenkomst is het doel vastgelegd om de opwarming ten opzichte van het pre-industriële tijdperk tot maximaal twee graden te beperken. De 197 partijen (196 landen plus de EU) werden het er bovendien over eens te streven naar beperking van de opwarming tot 1,5 graad. Nieuw in vergelijking met eerdere VN-klimaatakkoorden is dat overeenstemming is bereikt over de noodzaak om het gebruik van fossiele brandstof binnen een niet nader omschreven termijn af te bouwen. Het verdrag, dat betrekking heeft op de periode na 2020 en inmiddels in werking is getreden nu meer dan 55 landen die gezamenlijk meer dan 55 procent van de broeikasgassen uitstoten het hebben geratificeerd, vereist van lidstaten dat zij ambitieuze nationale klimaatplannen opstellen. Van de rijke landen wordt verwacht dat zij ontwikkelingslanden financieel zullen steunen bij het terugbrengen van hun emissies.

GasTerra vindt de ambities, doelen en richting van het klimaatbeleid die het Akkoord van Parijs beschrijft bemoedigend. Dit moet worden vertaald in concrete, effectieve maatregelen. Essentieel is dat deze maatregelen resultaatgericht zijn, dat wil zeggen het centrale probleem aanpakken door de stapsgewijze uitstootreductie van broeikasgassen. Welke middelen daarvoor worden ingezet – energiebesparing, hernieuwbare energiebronnen, vervanging van de meest vervuilende fossiele brandstoffen door schonere in combinatie met CCS – is in wezen secundair. Het milieurendement van klimaatbeleid moet idealiter voorop staan.

De Nationale Energieverkenning (NEV) 2016 schetst de stand van zaken van de Nederlandse energiehuishouding in een internationale context. Zo beschrijft de NEV de belangrijkste ontwikkelingen van de Nederlandse energiehuishouding vanaf 2000 tot heden, waarna ook de verwachtingen tot 2035 worden geschetst. Het jaar 2016 was belangrijk voor de Nederlandse energietransitie, omdat het Energieakkoord werd geëvalueerd. De NEV biedt de kwantitatieve basis voor deze evaluatie. Bovendien werd dit jaar een beleidsagenda opgesteld waarin de lijnen voor het langetermijnbeleid werden uitgezet.

Energierapport, -dialoog en -agenda

In het Energierapport, uitgekomen in januari 2016, geeft het kabinet een integrale visie op de toekomstige energievoorziening in Nederland tot 2050. Het kabinet streeft in internationaal verband naar een CO2-arme energievoorziening, die veilig, betrouwbaar en betaalbaar is. Aardgas wordt in die visie zoveel mogelijk beperkt tot de energiefuncties waarvoor geen alternatief beschikbaar is. Het kabinet heeft het Energierapport als uitgangspunt genomen voor de Energiedialoog. Dit zijn bijeenkomsten waar diverse stakeholders aan deelnemen en die tot doel hebben te discussiëren over de invulling van een verantwoorde transitie naar een duurzame energievoorziening. Op basis van de Energiedialoog is eind 2016 de Energieagenda verschenen. Hierin wordt voor de gebouwde omgeving ingezet op vergaande reductie van de warmtevraag door energiebesparing en sterke vermindering van aardgasgebruik via het stimuleren en inpassen van CO2-arm opgewekte elektriciteit en warmte.

Bijdrage gassector aan doelen Energieakkoord

Bij de totstandkoming van het Energieakkoord werden verschillende organisaties betrokken, maar was de gassector niet vertegenwoordigd. De positie van gas en de mogelijkheden die het biedt voor de beperking van het energiegebruik en de verduurzaming van de energievoorziening bleven daardoor onderbelicht. Daarom besloten GasTerra en andere gasbedrijven onder de vlag van de Nederlandse gasassociatie KVGN een gasparagraaf bij het Energieakkoord te schrijven. Het ging daarbij om vier thema’s: gas in de gebouwde omgeving, een combinatie van gas en wind op zee, de toegevoegde waarden van groen gas en gas in de transportwereld.

Deze gasparagraaf is in oktober 2016 aangeboden aan de Borgingscommissie van het akkoord en wordt nog in het huidige Energieakkoord meegenomen. In de paragraaf staat beschreven hoe gas een systeemrol vervult die de transitie naar een duurzame, slimme en efficiënte energievoorziening kan faciliteren. Middelen die daarbij kunnen worden ingezet zijn de levering van flexibiliteit, transportcapaciteit en gasopslag als back-up voor hernieuwbare energiebronnen. In de gasparagraaf wordt benadrukt dat de inzet van gas steeds meer maatwerk is en zoveel mogelijk ruimte geeft aan duurzame alternatieven.

Nationale klimaattop

Op 26 oktober 2016 was de Nationale klimaattop in Rotterdam, een initiatief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, in nauwe samenwerking met de Ministeries van Economische Zaken, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties, de Unie van Waterschappen, IPO, VNG en Rijkswaterstaat. De publieke perceptie is dat aardgas snel uit de gebouwde omgeving zal verdwijnen. De technologie om dit te realiseren is weliswaar beschikbaar, maar het is de vraag of een overhaaste uitfasering van gas tot een verantwoord klimaatbeleid leidt. Het is verstandiger om de bestaande gasinfrastructuur in te zetten om CO2-emissies op korte en middellange termijn substantieel terug te brengen.

GILDE en KVGN

Gezien de discussie over de rol van aardgas als fossiele brandstof in een klimaatneutrale energievoorziening en de problemen bij de gaswinning in Groningen is de gassector een dialoog gestart met diverse partijen die betrokken zijn bij de energietransitie. In het project GILDE (Gas In een Langetermijn Duurzame Energievoorziening) kijken we gezamenlijk naar de bijdrage van gas en de gasindustrie aan een betaalbare en betrouwbare verduurzaming van de energiehuishouding.

De KVGN is actief betrokken bij het debat over de energietransitie in Nederland. De vereniging organiseerde in het kader van de nationale energiedialoog van het Ministerie van Economische Zaken drie zogeheten dialoogtafels, waar met verschillende betrokken partijen de toekomstige rol van gas werd besproken in verschillende sectoren, zoals de industrie, de elektriciteitsproductie en de gebouwde omgeving. De uitkomsten zijn gedeeld met het Ministerie van Economische Zaken.

Energiepodium

De website www.energiepodium.nl, een initiatief van GasTerra, bestaat sinds 2010 en heeft tot doel de discussie over de energievoorziening te verbreden en te verdiepen door standpunten uit te wisselen. GasTerra bemoeit zich niet rechtstreeks met de redactie van dit discussieplatform. Beoogd wordt stakeholders met verschillende standpunten een gezamenlijk podium te bieden. Met de dialoog die hierdoor is ontstaan, dragen we bij aan het vinden van oplossingen voor de uitdagingen in de energiesector. Er zijn in de loop der jaren verschillende spin-offs van de website gecreëerd. Door het jaar heen worden zogenaamde energiepodiumdiners georganiseerd, waar 15 tot 20 energiespecialisten afkomstig uit de industrie, de wetenschap, de overheid, de politiek en maatschappelijke organisaties met elkaar van gedachten wisselen over actuele thema’s. Eens per jaar vindt daarnaast een groot energiepodiumdebat plaats, waarin vraagstukken rond de energietransitie en/of grote politieke vraagstukken centraal staan. In 2016 stond het energiepodiumdebat in het teken van de verkiezingen in 2017. Zes energiewoordvoerders van de grootste fracties in de Tweede Kamer gingen met elkaar in debat over een wijde reeks energie- en klimaatthema’s.

CCS

GasTerra en de gasindustrie zien een toekomst voor het afvangen, opslaan en waar mogelijk nuttig gebruiken van CO2 (CCS). Met name de grote industrieën die voorlopig niet zonder gas kunnen, kunnen op termijn aardgas alleen blijven gebruiken als de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen. CCS is dus deel van een oplossing, maar zowel op technisch, economisch als maatschappelijk vlak moet daarvoor nog veel gebeuren. Offshore opslag, dus ver weg van de bewoonde wereld, lijkt de beste papieren te hebben.

Virtuele handelsplaatsen

Op de Title Transfer Facility (TTF), de Nederlandse gashandelsplaats, wordt gas gekocht en verkocht via de beurzen ICE-Endex en PEGAS of via brokers met Over-The-Counter (OTC)-deals. Bij de OTC-handel doen partijen rechtstreeks zaken met elkaar. Door de standaardisering van de schermproducten (zoals uur-, dag-, maand-, kwartaal- of jaargas) ontstaan betrouwbare prijsindicaties voor het gas als commodityproduct. GasTerra geeft de voorkeur aan handel via de beurs.

Op handelsplaatsen (hubs) zoals de TTF verkoopt GasTerra ook niet-standaardproducten, de zogenaamde gestructureerde producten, die klanten meer flexibiliteit bieden. Deze producten zijn commercieel succesvol; in 2016 heeft GasTerra meer gestructureerde producten verkocht dan in de voorgaande periode.

De TTF en de Britse handelsplaats National Balancing Point (NBP) zijn de grootste gashubs in Europa. De TTF groeide in 2016 qua volume sterker dan het NBP. De handel op de Nederlandse handelsplaats steeg in 2016 naar een recordhoogte met een verhandeld volume van 2.197 miljard kubieke meter (2015: 1.708 miljard kubieke meter). Daarmee bestendigde de TTF haar koppositie in de OTC-handel, die zij een jaar eerder van de Britse handelsplaats had overgenomen.

De populariteit van de TTF is naast de vooraanstaande positie die Nederland vanouds in de Europese gassector inneemt te danken aan de marktliberalisering en de uitstekende infrastructuur. Omdat er in euro’s wordt gehandeld lopen continentale partijen geen valutarisico’s. Dit werkt in het voordeel van de TTF ten opzichte van het NBP, waar de handel verloopt in Britse ponden.

Ook de Duitse handelsplaats NetConnect Germany (NCG) en het Italiaanse PSV hebben zich in 2016 positief ontwikkeld. De TTF blijft echter de belangrijkste prijsmarker voor langetermijncontracten en voor gas op de andere handelsplaatsen in continentaal Europa.

De churn-rate van de TTF steeg in 2016 opnieuw ten opzichte van het vorige jaar. De churn-rate is de ratio tussen het verhandeld en fysiek geleverd volume. In 2013 was de gemiddelde churn-rate nog 18,5; in 2014 steeg deze door naar 31, in 2015 naar 37 en in 2016 kwam de churn-rate uit op 42.

Verhandeld volume

Fysiek volume

LNG

De wereldwijde LNG-productiecapaciteit wordt fors uitgebreid, met name in Australië en de Verenigde Staten. In de komende vier jaar wordt een toename van de capaciteit met 180 miljard kubieke meter verwacht. Australië heeft voor 2018 naar schatting 97 miljard kubieke meter aan LNG-export contractueel vastgelegd. Voor de Verenigde Staten is dat circa 60 miljard kubieke meter (bron: PIRA). Een deel van dit Amerikaanse gas is gecontracteerd door Europese partijen. Het is meestal aanvankelijk niet zeker waar het gas wordt geleverd. De contracten bieden de koper veelal de mogelijkheid om het LNG naar een bestemming van keuze te laten brengen. Daarnaast is het mogelijk om in Europa geleverd LNG opnieuw te verschepen naar andere markten.

Traditioneel zijn Japan, Zuid Korea en Taiwan de belangrijkste afzetmarkten van LNG. Naar verwachting zal de afzet in Japan afnemen. In Japan is dat een consequentie van het besluit om een aantal kerncentrales weer op te starten, die waren uitgezet na de ramp met de kerncentrale in Fukushima in 2011. Toch wordt vanaf 2017 een sterke groei van de vraag naar LNG in Azië verwacht. De belangrijkste groeimarkten zijn China en India. In China kan de vraag naar LNG nog een forse stimulans krijgen als besloten wordt om een deel van de kolencentrales te vervangen door gascentrales, maar de impact op de vraag naar LNG is wel afhankelijk van de mate waarin China pijpleidinggas uit Rusland gaat afnemen.

De aanvoer van LNG naar Noordwest-Europa lag in 2016 op het niveau van het voorgaande jaar, maar vanaf 2017 wordt opnieuw een toename van het aanbod verwacht. Voorwaarde is wel dat er wereldwijd sprake is van een LNG-overschot en een gepaste prijs waardoor LNG beschikbaar komt voor Noordwest-Europa. Europa fungeert daarbij als wereldwijde balanceringsmarkt. Bovendien is het van belang dat LNG met voldoende rendement in Noordwest-Europa verkocht kan worden en concurrerend is ten opzichte van pijpleidinggas uit Rusland. De groei van de LNG-markt kan bijdragen aan convergentie van de mondiale gasprijzen.

GasTerra handelt niet in LNG, maar volgt de ontwikkelingen op de voet. LNG is onderdeel van de vraag-aanbodbalans van aardgas en is daardoor van invloed op de prijs (zowel op de handelsplaatsen als daarbuiten).

Het gebruik van LNG in scheepvaart als vervanger van stookolie groeit, maar de omvang van deze afzetmarkt is nog beperkt. De groei is vooral te zien in West-Europese wateren en aan de Amerikaanse oostkust. In het wegvervoer is gas een schoner alternatief voor het vrachtverkeer dan benzine en diesel. In het personenvervoer lijkt gas (CNG) het af te leggen tegen het elektrisch rijden, dat de laatste jaren snel aan populariteit wint.

Concurrentie van kolen

De vraag naar gas door energiecentrales is in 2016 gestegen. Dat had vooral te maken met de veranderde verhouding tussen de kolen- en gasprijs. De gasprijs daalde in de zomer van 2016 substantieel. Daarnaast steeg de kolenprijs door dalende productie in China. Hierdoor kon gas op sommige momenten weer concurreren met kolen.

De handelsprijs voor CO2- emissierechten is nog altijd bijzonder laag. Het Verenigd Koninkrijk heeft enkele jaren geleden een extra belasting op uitstoot van CO2 in elektriciteitscentrales ingevoerd. Hierdoor is de concurrentiepositie van gas ten opzichte van kolen aanmerkelijk beter dan in Nederland. Niettemin bepleit GasTerra hervorming van het ETS, geen prijsinterventie.

Zowel de kolenprijs als de prijs van CO2-emissierechten zijn nog steeds verhoudingsgewijs laag. Kolengestookte elektriciteitsproductie blijft daardoor voor bestaande centrales goedkoper in vergelijking met gasgestookte elektriciteitsproductie. Verschillende Noordwest-Europese energiebedrijven hebben daarom hun gasgestookte elektriciteitscentrales gesloten of kondigden aan dit te gaan doen. Ook veel Nederlandse gasgestookte elektriciteitscentrales zijn tijdelijk afgeschakeld of staan op de nominatie om definitief te sluiten.

Sluiting van gascentrales heeft mogelijk consequenties voor de leveringszekerheid en voor de realisering van de klimaatdoelen. Bij de verbranding van kolen komt aanmerkelijk meer CO2 vrij dan bij de verbranding van gas. Daarnaast zijn met name oudere kolencentrales minder snel op- en af te schakelen dan gasgestookte centrales, waardoor zij in de transitie naar een duurzame energievoorziening minder geschikt zijn als aanvulling op de vaak onvoorspelbare hernieuwbare bronnen. Verschillende Europese landen nemen in dit kader maatregelen om de leveringszekerheid veilig te stellen. Deze zogeheten capaciteitsmechanismen die zowel voor kolen- als gascentrales gelden, houden in dat de reservecapaciteit wordt vergoed die energiebedrijven moeten aanhouden om de stroomvoorziening te garanderen.

In Europees verband wordt gesproken over het verbeteren van het handelssysteem voor CO2-emissierechten (ETS). Dit zou moeten leiden tot hogere CO2-prijzen en aldus bedrijfsinvesteringen in emissiebeperkende maatregelen bevorderen, zoals het gebruik van gas. Bovendien zou het de concurrentiepositie van gascentrales ten opzichte van kolencentrales verbeteren. GasTerra steunt de pogingen om het ETS te hervormen.

In Nederland is in het kader van het Energieakkoord afgesproken de kolencentrales uit de jaren tachtig te sluiten: drie centrales per 1 januari 2016, de andere twee per 1 juli 2017. Er zijn dan nog vijf kolencentrales in Nederland operationeel, waarvan drie die de afgelopen twee jaar in gebruik zijn genomen (twee op de Maasvlakte en één in de Eemshaven). Ondanks deze overeenkomst neemt de maatschappelijke en politieke druk toe om ook deze centrales op termijn te sluiten.

Levering en verkoop

GasTerra heeft in 2016, 63,9 miljard kubieke meter gas geleverd. Daarmee lag de levering 6,4 miljard kubieke meter lager dan in 2015. Dit kan vooral verklaard worden door de productiebeperking van het Groningenveld. De prijzen waren aanmerkelijk lager dan in 2015. In 2016 werd gemiddeld 15,3 eurocent per kubieke meter betaald tegen 20,8 eurocent in 2015. 

Levering op de aansluiting

In 2016 heeft GasTerra 1,7 miljard kubieke meter gas op de aansluiting geleverd aan energiebedrijven en –centrales (2015: 1,4 miljard kubieke meter).

GasTerra leverde in 2016, 3,7 miljard kubieke meter aardgas aan zijn industriële klanten (2015: 3,9 miljard kubieke meter). Daarmee bleef de levering achter bij de verwachting. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. Klanten maken weinig gebruik van hun warmtekrachtkoppeling-installaties (WKK’s) die gelijktijdig warmte en elektriciteit opwekken. Voor veel klanten bleek de inkoop van elektriciteit net als in de vorige periode goedkoper dan de eigen productie, met een lage gasvraag van deze installaties als gevolg. We zien hier echter ook een positieve ontwikkeling, omdat de gasprijs daalde ten opzichte van de elektriciteitsprijs. Hierdoor werd gas voor specifieke toepassingen aantrekkelijker dan voor het opwekken van elektriciteit.

Productverbetering

GasTerra werkt hard aan het behoud van de klantenportfolio. Hiervoor overleggen we met de klanten of de voorwaarden en producten nog marktconform zijn. Het gaat daarbij voornamelijk om productverbeteringen die inspelen op de wensen en behoeften van onze klanten. Ook moeten we keuzes maken bij het vermarkten van de lagere volumes. De positieve effecten van continue productontwikkeling kwamen tot uiting in de verkoopcontracten voor de komende jaren. GasTerra speelde net als vorig jaar in op de sterke toename van het aantal kleinere en vaak lokale energiebedrijven. Deze partijen contracteren elk jaar meer gas, omdat zij hun eigen klantportfolio zien groeien. Hier profiteert de onderneming dan weer van door een hogere afzet.

Verduurzamen

We ondersteunen onze industriële klanten bij de verduurzaming van productieprocessen via het Milieu Plan Industrie (MPI). Het gaat daarbij om de verbetering van hun energie-efficiency, de reductie van emissies en de verduurzaming van de productieprocessen. In 2016 is in dit kader bij twee klanten een MPI-project uitgevoerd. Verder ondersteunt GasTerra de productie van en handel in groen gas door dit duurzame gas onder aantrekkelijke voorwaarden van verschillende producenten langjarig in te kopen. We brengen de verschillende spelers op deze markt bij elkaar en werken actief mee aan gunstige regelgeving en een goed netwerk van groengasproducenten.

Voor een overzicht van alle projecten, verwijzen we graag naar onze sectie Groen

Levering op de gashub

De handel op de TTF verloopt veelal via standaard-raamcontracten. Dit houdt in dat per deal alleen nog de prijs, de hoeveelheid en de leveringsperiode worden overeengekomen. Een deal kan direct via de beurs plaatsvinden, via een broker of bilateraal met een klant. Het eerste heeft GasTerra’s voorkeur. Omdat veel marktpartijen handelen via brokers, maken wij ook veelvuldig gebruik van dit kanaal. In 2016 is het aantal brokers opnieuw toegenomen. Dit zorgt voor meer keuzevrijheid van marktpartijen. 

Ontwikkeling fysiek en verhandeld volume TTF

GasTerra leverde in 2016, 17,7 miljard kubieke meter gas via de virtuele handelsplaats TTF (2015: 21,9 miljard kubieke meter). De levering aan deze doelgroepen bleef daarmee achter bij de verwachting. Dit kan worden verklaard doordat GasTerra minder productievolumes kon verkopen. In totaal werd in 2016, 52,8 miljard kubieke meter fysiek geleverd via de TTF.

De prijzen op de TTF waren gemiddeld lager dan in 2015. De jaargemiddelde day-ahead-prijs daalde met 5,4 eurocent/kubieke meter ten opzichte van het jaar 2015, de jaargemiddelde month-ahead-prijs met 5,3 eurocent/kubieke meter in 2016.

Ontwikkeling maandgemiddelde TTF prijzen

Buitenland

GasTerra heeft in 2016 een hoeveelheid van 40,8 miljard kubieke meter gas geëxporteerd naar Duitsland, België, Frankrijk, Zwitserland, Italië en het Verenigd Koninkrijk (2015: 43,0 miljard kubieke meter), voornamelijk onder langetermijncontracten met enkele grote internationaal opererende energiebedrijven. Deze daling is voornamelijk te verklaren door de beeïndiging van een aantal langetermijncontracten.

In 2016 zijn over meerdere exportcontracten heronderhandelingen gevoerd. Als het niet lukt om tot overeenstemming te komen, kan een arbitrage volgen. In 2016 voerde GasTerra vier arbitrages waarvan er ultimo 2016 twee nog niet waren afgerond. 

In 2016 zijn diverse berichten in de openbaarheid verschenen over de arbitrage met Eni over de betaling als gevolg van de eerdere arbitrage-uitspraak. Op 23 juni 2016 heeft het arbitraal tribunaal een finaal vonnis gewezen in de door Eni geïnitieerde arbitrage over een langetermijngasleveringsovereenkomst met GasTerra. In het arbitraal vonnis wees het tribunaal Eni’s claims voor een prijsherziening per 1 oktober 2012 volledig af. In afwachting van de uitkomst van de arbitrage heeft GasTerra vanaf 1 oktober 2012, zoals met Eni overeengekomen, voorlopig en uitsluitend voor facturatiedoeleinden een lagere prijs in rekening gebracht. Als gevolg van de volledige afwijzing van Eni’s prijsverlagingsclaims in het arbitraal vonnis heeft GasTerra aan Eni het verschil gefactureerd tussen de voorlopige prijs en de contractprijs, resulterend in een aanvullend bedrag van 918 miljoen euro, inclusief rente. Eni heeft GasTerra geïnformeerd dat het dit aanvullende bedrag niet zal betalen. Ondanks de volledige afwijzing door het tribunaal van Eni’s claims voor een prijsherziening per 1 oktober 2012, meent Eni nog steeds recht te hebben op een prijsherziening per 1 oktober 2012. GasTerra is het oneens met de opstelling van Eni en heeft een arbitrageprocedure geïnitieerd om het door Eni verschuldigde bedrag te innen. Eni heeft GasTerra een bankgarantie van 1,010 miljard euro verstrekt als zekerheid in geval van een voor GasTerra positieve uitspraak in deze arbitrage. Ondanks dat GasTerra overtuigd is van een voor GasTerra positieve uitslag van deze arbitrageprocedure heeft GasTerra deze niet in de jaarrekening verwerkt, overeenkomstig haar consistente gedragslijn rond heronderhandelingen of hiermee verband houdende arbitrages van gasinkoop- en verkoopovereenkomsten.

Ombouw L-gas naar H-gas

In Duitsland, Frankrijk en België is de ombouw van L-gas naar H-gas een belangrijk thema. In Duitsland is als gevolg van de afname van de eigen L-gas-productie reeds een begin gemaakt met de ombouw en vanaf 2020 wordt deze geïntensiveerd als gevolg van de afname van de aanvoer uit Nederland. In België en Frankrijk worden vergelijkbare voorbereidingen getroffen en zal in 2018 worden gestart met een pilotproject en waarschijnlijk in 2020 met grootschalige ombouw. In de energieagenda heeft de minister aangegeven dat er in Nederland in beginsel geen ombouw van laag- naar hoogcalorisch gas plaatsvindt, maar dat er wel een no-regret maatregel wordt getroffen om te zorgen dat dit in de toekomst in theorie wel mogelijk is, wanneer dit noodzakelijk geacht wordt.

Virtuele opslagdienst

GasTerra biedt marktpartijen via de gas- en elektriciteitsbeurs ICE Endex de mogelijkheid om virtuele opslagruimte voor gas te contracteren. Deze virtuele opslagdienst (VOD) wordt aangeboden in de vorm van zogeheten Standard Bundled Units (SBU’s) waarmee marktpartijen gas kunnen injecteren of onttrekken aan een virtuele opslag met een bijbehorend werkvolume. GasTerra levert deze dienst op de TTF. ICE Endex veilt het volume als onafhankelijke partij in opdracht van GasTerra, waarbij de kopers voor GasTerra anoniem blijven. 

Voor het gasjaar 2016/2017 vond in november 2015 de eerste veiling plaats. Daarbij werden 1,757 miljoen SBU’s verkocht in de vorm van een 1-jaarsproduct. De resterende capaciteit werd in februari 2016 nogmaals ter veiling aangeboden als 1-jaarsproduct. Tijdens deze veiling werden 7,341 miljoen SBU’s voor het jaar 2016/2017 verkocht. Vervolgens is op 30 november 2016 een veiling geweest voor het jaarproduct 2017/2018 en tijdens deze veiling zijn 4,549 miljoen SBU’s verkocht. Hiermee waren er voor het jaar 2017/2018 nog 4,549 miljoen SBU’s over die tijdens de veiling op 25 januari 2017 zijn verkocht.

Inkoop

 

GasTerra kocht in 2016 63,9 miljard kubieke meter gas in uit het Groningen, kleine velden, op handelsplaatsen en via import.

Groningen

De productie van Groningengas is in 2016 binnen de relevante plafonds gebleven. GasTerra en NAM werken nauw samen om de volumes uit het Groningenveld zo vlak mogelijk over het jaar te verdelen.

  Groningenbesluit Productie
Gasjaar 2015/2016 27 miljard kubieke meter 26,98 miljard kubieke meter
Gasjaar 2016/2017 24 miljard kubieke meter (in een klimatologisch normaal jaar) 6,5 miljard kubieke meter tot en met 31 december 2016

In het kalenderjaar 2016 heeft GasTerra 27,7 miljard kubieke meter gas uit het Groningen systeem ingekocht (2015: 29,4 miljard kubieke meter). Dit getal wijkt af van de productiecijfers voor het Groningenveld, zoals door NAM gerapporteerd en gebonden aan het Groningen productieplafond. Dit verschil wordt ondermeer veroorzaakt door eigen gebruik voor productie en het verschil op jaarbasis tussen injectie en productie uit de bergingen. Bovendien rapporteert GasTerra volumes per kalenderjaar terwijl het productieplafond gebonden is aan gasjaar.

Kleine velden

GasTerra heeft in 2016, 20 miljard kubieke meter gas ingekocht uit de kleine velden. In 2015 was dit 22 miljard kubieke meter. In het afgelopen decennium daalde de inkoop van gas uit kleine velden elk jaar met ongeveer twee miljard kubieke meter. Dit komt doordat de reserves in de kleine velden afnemen (depletie). Hierdoor daalt de druk in deze velden en neemt de productie gestaag af. Hoewel nog voortdurend reserves in nieuwe kleine velden worden gevonden, compenseert dit de afname in productie bij lange niet. De verwachting voor de komende jaren laat een verdere daling zien. Deze prognoses zijn gebaseerd op opgaven van de producenten.

Gaswinning uit kleine velden staat onder druk. De lage gasprijzen, moeizame vergunningstrajecten en maatschappelijke en politieke druk bemoeilijken de bestaande gasproductie en de realisatie en rentabiliteit van nieuwe projecten. Op termijn kan dit leiden tot een te laag aanbod uit de kleine velden. Daarom dringen de gasproductiebedrijven, verenigd in de brancheorganisatie NOGEPA, er bij de Nederlandse overheid op aan om de lastendruk op deze activiteit te verlagen. Zo is het Nederlandse investeringsklimaat nu relatief ongunstiger dan in het Verenigd Koninkrijk, waar de belastingen lager zijn. Een belastingverlaging zou investeren in Nederlandse gaswinning aantrekkelijk(er) maken. Bovendien zou dit kunnen voorkomen dat bestaande infrastructuur verloren gaat.

Inkoopvoorwaarden

Sinds enige jaren geldt voor de verkoop en inkoop van kleineveldengas het Seller's Nomination Regime. Dit houdt in dat de levering door de productie bepaald wordt en niet, zoals voorheen, door de vraag van GasTerra. Hierdoor kunnen producenten de levering beter aanpassen aan de technische mogelijkheden van de velden. Het te leveren volume kan volledig day-ahead aangekondigd worden. Met deze marktconforme werkwijze houdt GasTerra rekening met de wens van de producenten. De producenten verstrekken op hun beurt niet-bindende productieprognoses voor de korte, middellange en lange termijn aan GasTerra. Inmiddels kunnen alle producenten de prognoses geautomatiseerd en volgens deze voorwaarden leveren.

Ten aanzien van de inkoopvoorwaarden onderhoudt GasTerra nauw contact met de producenten, vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het kleineveldenbeleid (het bieden van marktconforme voorwaarden). GasTerra blijft werken aan het ‘ontzorgen’ van de producenten op het terrein van de operationele processen, door bijvoorbeeld contracten en data-uitwisseling te vereenvoudigen. Tenslotte denkt GasTerra mee met de producenten en de koepelorganisatie NOGEPA over optimalisatie van de beschikbare infrastructuur, kennis en netwerken

Inkoop virtuele handelsplaatsen en import

GasTerra heeft in 2016, 16,2 miljard kubieke meter gas ingekocht, waarvan 7,6 miljard kubieke meter via virtuele handelsplaatsen en 8,6 miljard kubieke meter door import uit Noorwegen, Rusland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. De import uit Duitsland zal, als gevolg van depletie van de gecontracteerde gasvelden, binnen korte tijd eindigen. Door het langetermijnkarakter van de overige importcontracten waren er in dit segment verder weinig veranderingen ten opzichte van de voorgaande jaren.

Ongeveer 7 procent van het gas dat GasTerra inkoopt, is afkomstig uit Rusland. De inkoop van dit gas vindt plaats op basis van een langjarig inkoopcontract, waarin de rechten en plichten van beide partijen zijn vastgelegd. De handelsverhoudingen tussen de landen van de Europese Unie en Rusland stonden ook in 2016 onder druk. Op 1 juli 2016 heeft de EU de economische sancties tegen Rusland met ruim een half jaar verlengd tot 31 januari 2017. De gashandelsactiviteiten vallen echter buiten de scope van de sancties en hebben de betreffende commerciële relaties daardoor niet beïnvloed.

In 2016 zijn, net als in de voorgaande jaren, over diverse importcontracten heronderhandelingen gevoerd. Het belangrijkste thema in de nog niet voltooide heronderhandelingen blijft de transitie in de markt van olie- naar gasgeïndexeerde prijzen. Als gevolg hiervan worden de rollen van de partijen in de waardeketen opnieuw gedefinieerd, waarbij recht gedaan moet worden aan de contractuele afspraken. Onderwerpen die hierbij een rol spelen zijn, naast de prijs, onder meer flexibiliteit, vergoeding van transportkosten en het leverpunt. Wanneer partijen bij heronderhandelingen onderling niet tot overeenstemming komen, kunnen zij hun geschil aan een arbitragetribunaal voorleggen. In 2016 werden twee arbitrages gevoerd, die beide aan het eind van het jaar nog niet waren afgerond.

Transport

Bij de leveringscontracten boekt GasTerra transportcapaciteit om aan de leveringsverplichtingen te kunnen voldoen. GasTerra koopt in Nederland transportcapaciteit in bij GTS, de beheerder van het landelijke transportnet. Daarnaast boekt GasTerra transportcapaciteit bij diverse beheerders (TSO’s) van transportnetten buiten Nederland.

De kosten voor de inkoop van transportcapaciteit bedroegen in 2016, 501 miljoen euro. Daarmee waren de transportkosten 31 miljoen euro lager dan in 2015 (was 532 miljoen). Belangrijkste oorzaak zijn de gedaalde in- en verkopen. De eerder ingezette trend dat nieuwe transportboekingen voornamelijk voor de korte termijn zijn heeft zich in 2016 doorgezet.

In 2016 vond de laatste transportboeking plaats via de BBL-pijpleiding naar Engeland. Dit komt doordat een langjarig leveringscontract in november 2016 is beëindigd. In het komende jaar zullen de transportkosten daardoor aanzienlijk dalen.

GasTerra heeft ook in 2016 gebruik gemaakt van de verschillende mogelijkheden om eerder geboekte, maar door gewijzigde omstandigheden niet meer benodigde, transportcapaciteit aan te bieden op de markt. Voor een deel van deze capaciteit zijn kopers gevonden.

Voor de transportnominaties bij de beheerders van de transportnetten heeft GasTerra een 24-uurs desk, het Commercial Dispatching Center. Dit initieert en verwerkt het berichtenverkeer met klanten en producenten om aan de contractuele verplichtingen te kunnen voldoen. Vraag en aanbod in het portfolio van GasTerra worden op elkaar afgestemd, waardoor dit in de transportnetten in balans blijft. In 2016 verwerkte het Commercial Dispatching Center gemiddeld 700 berichten per dag.