Groen

Visie

Dat de fossiele brandstof gas volgens GasTerra, andere partijen in de energiesector en vooraanstaande deskundigen althans op korte en middellange termijn onmisbaar is voor de terugdringing van het broeikasgas kooldioxide, is op het eerste gezicht tegenstrijdig. Dit impliceert namelijk dat hoe meer aardgas wordt verbrand, hoe kleiner de CO2-emissies zijn. De verklaring van deze schijnbare tegenstrijdigheid ligt in het eenvoudige gegeven dat bij verbruik van aardgas aanmerkelijk minder CO2 vrijkomt dan bij verbranding van de twee andere belangrijke fossiele brandstoffen, kolen en olie. Dus door kolen en olie waar mogelijk en zinvol te vervangen door aardgas dalen de totale emissies als gevolg van energiegebruik.

Deze gasparadox staat aan de basis van GasTerra’s energietransitie- en verduurzamingsbeleid. De onderneming stelt daarbij de zorgen die de samenleving op energiegebied heeft en de rol van gas bij de oplossing van het energievraagstuk centraal: veiligheid, voorzieningszekerheid en betaalbaarheid, terugdringen van broeikasgasemissies en verbeteren van luchtkwaliteit. Daarvoor bepleiten we de inzet van diverse middelen: forse energiebesparing, bevordering van hernieuwbare energiebronnen, met name groen gas, technologische innovatie, maximale energiebesparing, bindende emissieplafonds en versterking van de concurrentiepositie van gas.

We beseffen terdege dat gas in de toekomst een andere positie in de energiemix zal hebben dan vandaag. Voor een verantwoorde transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening bepleiten we dat gas alleen daar wordt ingezet waar duurzame alternatieven uit een oogpunt van milieuopbrengst minder aantrekkelijk zijn. Gas wordt met andere woorden maatwerk: Gas-op-Maat. In de praktijk leidt dit tot prioritering van de middelen die we kunnen inzetten om emissies terug te brengen. De gassector heeft hiervoor een speciaal stappenplan ontwikkeld, de Ladder van Zeven. Een van de resultaten van deze benadering is dat in Nederland gewonnen aardgas, mits dit veilig geproduceerd kan worden, de voorkeur verdient boven importgas.

In dit kader leggen we ook nadruk op veelbelovende toepassingen van gas: in de gebouwde omgeving en in de transportsector. Zo vormen de introductie van LNG voor de scheepvaart en het wegtransport en CNG voor personenauto's significant schonere brandstoffen die sterk vervuilende emissies en CO2- uitstoot op grote schaal kunnen verminderen. Ook bepleiten we een effectieve hervorming van het Europese emissiehandelssysteem om de nu wankele positie van gas in de centrale elektriciteitsproductie te verbeteren. Daarbij zoeken we zoveel mogelijk dialoog en samenwerking met andere betrokken partijen, zoals de overheid, de politiek, de wetenschap, het onderwijs, de denktanks, de NGO’s en het bedrijfsleven, waarbij we benadrukken dat we het over de doelen eens zijn: een klimaatneutrale, zekere en betaalbare energievoorziening. Wij zijn overtuigd dat het efficiënte gebruik van aardgas substantieel bijdraagt aan de oplossing van het energie- en klimaatvraagstuk. Voorlopig kunnen we dus niet zonder gas.

Kennis delen

GasTerra vindt het belangrijk dat aardgas de juiste rol krijgt in de energiemix op weg naar een CO2-arme toekomst. We geven hier invulling aan door het delen van kennis en het participeren in diverse projecten.

Onderwijs

Aandacht voor energie in het onderwijs – van basisschool tot universiteit – is essentieel voor een verantwoorde overgang naar een duurzame energiehuishouding. We staan immers voor grote uitdagingen om ook toekomstige generaties van voldoende, duurzaam opgewekte en betaalbare energie te voorzien. In 2016 gaven we circa 2,1 miljoen euro uit aan energietransitieprojecten gericht op kennisdeling via het onderwijs en publieke debatten (2015: circa 3 miljoen euro).

Met het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN) heeft GasTerra de leermodule ‘Energieke basisscholen’ ontwikkeld die bestemd is voor alle basissscholen in Groningen en Drenthe. Met lesboxen – gevuld met een uitleg, werkboekjes en proefjes – leren kinderen spelenderwijs meer over duurzame energie en energietransitie. Deze leermodule is bedoeld voor leerlingen uit groep 5 tot en met 8. Sinds de start in 2015 heeft het IVN-project op 49 scholen gedraaid. De komende jaren zullen de lesboxen rouleren over ruim 300 basisscholen, waarbij het doel is gesteld om 10.000 kinderen kennis te laten maken met deze leermodule.

Tijdens de jaarlijkse debatbattle in het Groninger Forum gaan VMBO-leerlingen van diverse scholen met elkaar in discussie over energie-gerelateerde onderwerpen. Hierbij worden ze beoordeeld op hun overtuigingskracht, authenticiteit en originaliteit. In gastlessen, die worden verzorgd door medewerkers van GasTerra, worden de leerlingen voorbereid op het debat.

Een ander voorbeeld van kennisdeling is het door GasTerra gefinancierde Energietransitiemodel (ETM). Dit model berekent het effect van beleidskeuzes op energiegebied. Het ETM, dat via internet vrij toegankelijk is, wordt gebruikt door overheden, bedrijven en NGO’s.

GasTerra neemt actief deel in de Energy Academy Europe (EAE) in Groningen. Dit is een wetenschappelijk topinstituut waar energieonderwijs, -onderzoek en -innovatie samenkomen. De EAE is een initiatief van de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool Groningen.

Met de ‘Jouw energie van Morgen-truck’ , een gezamenlijk project van de Rijksuniversiteit Groningen en GasTerra, worden jongeren uitgedaagd om mee te denken over bruikbare oplossingen voor de energievoorziening van de toekomst. Dit rijdende leslokaal bezoekt jaarlijks meer dan 100 middelbare scholen. De scholieren krijgen les over de verduurzaming van de energievoorziening, maar ook over de rol die aardgas daarin kan vervullen.
 

Kennis ontwikkelen

Estrac

Medio oktober 2016 zijn de kennisinstituten TNO, ECN en de Energy Academy Europe in Groningen een nieuw innovatiecentrum gestart: het Energy Systems Transition Centre: Estrac.

Het centrum moet onderzoek naar energievraagstukken uit verschillende invalshoeken samenbrengen en de kennis bundelen. Het gaat daarbij om effecten op systeemniveau van technische en maatschappelijke innovatie. Centraal staan vragen over het gedrag van consumenten, psychologie en of, hoe en wanneer nieuwe technologieën commercieel kunnen worden ingezet. GasTerra is samen met Gasunie, EBN en NAM als partner betrokken. Met de elektriciteitssector, ICT-, chemie- en netwerkbedrijven wordt gesproken over deelname. Daarnaast wordt ook met maatschappelijke organisaties en lokale energiecoöperaties overleg gevoerd.

De kern van het centrum komt in het nieuwe Energy Academy Europe-gebouw in Groningen. Daar onderzoeken de partners de invloed van nieuwe energietechnologieën, regelgeving, sociaaleconomisch gedrag en voeren experimenten uit die effecten op laboratoriumschaal demonstreren. Vanuit deze omgeving schalen ze het onderzoek op naar energieproeftuinen zoals EnTranCe. Met aansprekend onderzoek bouwen de partners Estrac uit naar een internationaal toonaangevend initiatief.

EnTranCe

Een van de instellingen die onderzoek doet op het gebied van energietransitie is EnTranCe (Energy Transition Centre). EnTranCe is een laboratorium voor toegepast onderzoek. Dit living lab bevindt zich op het Zernike Science Park in Groningen en is onderdeel van de Energy Academy Europe en de Hanzehogeschool. In deze praktische leeromgeving doen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven innovatief onderzoek. De creatieve ideeën en voorstellen die hier ontstaan, worden uitgewerkt tot kansrijke producten of projecten. GasTerra is sinds 2012 bij diverse onderzoeksprojecten van EnTranCe betrokken en werkt hier samen met partners zoals BAM, Gasunie en RWE. Daarbij denken we mee over hoe aardgas de transitie naar een CO2-neutrale energievoorziening mogelijk kan maken. De achterliggende gedachte van deze samenwerking is dat we met gedeelde innovatie meer kunnen bereiken.

Kennis tonen

Duurzaam Ameland

Voor het op grotere schaal uittesten van zijn onderzoeksprojecten heeft EnTrance een vaste partner gevonden in de Gemeente Ameland. Het doel is Ameland 15 tot 20 jaar voorop te laten lopen in de energietransitie.

We experimenteren op Ameland, onder de noemer Duurzaam Ameland, met het verduurzamen van de energievoorziening in de gebouwde omgeving en we leren hoe we de eindgebruiker kunnen betrekken bij de energietransitie. Hiervoor is een convenant gesloten met NAM, Eneco, Philips en de Gemeente Ameland. Eind 2016 sloten ook Alliander en TNO zich aan.

Als eiland is Ameland erg geschikt als experimenteergebied. Het is een samenleving op zich, met 1650 huishoudens. Dat is groot genoeg om concrete experimenten te doen, terwijl het overzicht goed behouden blijft. Het initiatief laat zien dat een succesvolle energietransitie alleen mogelijk is met uiteenlopende energiedragers en -bronnen – duurzaam en conventioneel – en de bereidheid van de eindgebruiker om mee te werken.

In 2016 is op Ameland het grootste zonnepark van Nederland gebouwd, met 23.000 zonnepanelen. Als de zon overdag niet schijnt of als het nacht is, kan men terugvallen op 45 brandstofcellen die op duurzaam gas werken en een deel van de benodigde elektriciteitsvraag kunnen opvangen. De aardgasbussen op Ameland zijn eind 2016 vervangen door elektrische bussen. De openbare verlichting op het eiland wordt momenteel vervangen door intelligente lichtbronnen, die reageren op beweging en snelheid, infrarood-arme ledverlichting die 85 procent minder CO2 uitstoot. In 2017 zal dit project worden voltooid.

GasTerra is betrokken bij een tweetal projecten op het eiland: de uitrol van hybride warmtepompen bij huishoudens en de opwekking van groen gas.

De hybride warmtepomp, een combinatie van een HR-ketel en een kleine elektrische warmtepomp, kan voor een forse verlaging zorgen van de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving. Daarbij dient dan wel de benodigde elektriciteit voor de warmtepomp CO2-arm te worden opgewekt. Het is de bedoeling om bij een groot deel van de huishoudens op Ameland hybride warmtepompen geplaatst te krijgen. GasTerra wil met dit project aantonen dat zonder aanpassingen aan de bestaande energie-infrastructuur er een significante CO2-reductie mogelijk is. Indien Ameland zou overgaan op een zogenaamde all-electric warmtevoorziening dan wel een warmtevoorziening op basis van geothermie, dan zijn aanzienlijke investeringen in de energie-infrastructuur noodzakelijk.

Momenteel wordt onderzocht of de biomassa op het eiland kan worden ingezet voor de productie van groen gas en of dit gas vervolgens kan worden gebruikt voor verwarming en/of elektriciteitsproductie.

Bij EnTranCe loopt een experiment met hogedrukvergisting. Hier is aangetoond dat hogedrukvergisting geschikt is voor de injectie van waterstof in het hogedrukvat. De waterstof reageert met de CO2 tot CH4 (aardgas) en kan worden geproduceerd met overschotten elektriciteit die ontstaan bij de productie van duurzame elektriciteit. GasTerra laat onderzoeken of op Ameland bij de rioolwaterzuivering een praktijkproef met deze hogedrukvergisting kan worden uitgevoerd.

Zo moet Ameland qua energietransitie een blauwdruk worden voor de energietransitie in buitenstedelijke gebieden.

MPI

Het zo efficiënt mogelijk inzeten van gas is in het belang voor GasTerra’s klanten. Daarom stimuleert GasTerra industriële klanten het geleverde aardgas doelmatig te gebruiken. Hiervoor is het Milieu Plan Industrie (MPI) opgezet. In 2016 voerde GasTerra twee MPI-projecten uit. Technische consultants brachten samen met onze klanten de mogelijkheden in kaart om de energie-efficiency in hun bedrijfsprocessen te verbeteren, emissies te reduceren, optimalisaties toe te passen en processen te verduurzamen.

Hernieuwbaar gas

GasTerra doet mee aan de ‘Green Gas Green Deal’. Dit is een overeenkomst met de overheid en marktpartijen die hebben toegezegd zich in te zetten om het biogas te verhandelen dat in Nederland kan worden ingevoed in het netwerk van GTS. Met de inkoop van dit zogeheten groene gas draagt GasTerra bij aan de verantwoorde verduurzaming van onze energievoorziening.

Biogas wordt geproduceerd door vergisting van biomassa, zoals GFT-afval, mest of bermgrassen die kan worden bewerkt tot een brandstof die dezelfde kwaliteit heeft als aardgas en daardoor in het Nederlandse aardgasnet kan worden opgenomen. Zodra dit gebeurt, spreken we van groen gas.

Een andere manier om hernieuwbaar gas te produceren is het omzetten van elektriciteitsoverschotten naar waterstof. Door deze waterstof te mengen met CO2 onstaat methaan, het hoofdbestanddeel van aardgas.

De productie van hernieuwbaar gas kan op termijn zorgen voor een forse verduurzaming van de energievoorziening. Daarom werkt GasTerra samen met andere partijen die het gebruik van hernieuwbaar gas stimuleren, de ontwikkelingen op de groengasmarkt versnellen en de productie van hernieuwbaar gas verhogen. Samenwerkingspartners zijn onder andere HVC, Attero, Omrin, Ecoson, Greenchoice en Bio Rights.

De totale groengasproductie in Nederland bedraagt momenteel ca. 100 miljoen kubieke meter per jaar. Daar komt nog eens 300 miljoen kubieke meter biogas, dat lokaal wordt opgewekt en gebruikt. In totaal gaat het om circa 400 miljoen kubieke meter hernieuwbaar gas. Ter vergelijking: dat staat qua energieopbrengst ongeveer gelijk aan vier keer de jaarlijkse productie van alle zonnepanelen in Nederland.

GasTerra heeft de ontwikkeling van groen gas in 2016 gefaciliteerd met de inkoop van circa 60 miljoen kubieke meter groen gas. Kernpunten van de strategie zijn zekerheid over langetermijnlevering, concurrerende voorwaarden en marktconforme prijzen. GasTerra benadert actief de producenten van groen gas. In 2016 zijn drie nieuwe contracten en een nieuwe aansluiting onder een bestaand contract gesloten voor de inkoop van duurzaam geproduceerd gas.

GasTerra heeft onder andere een gasleveringsovereenkomst gesloten met Porkwatt voor de periode van 1 december 2016 tot en met 31 december 2019. Porkwatt produceert jaarlijks circa 4 miljoen kubieke meter groen gas middels co-vergisting. De biomassa bestaat naast varkensmest uit bermgras, slootmaaisel en bladafval.


Stakeholders hechten er waarde aan dat GasTerra actief bijdraagt aan de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening en menen dat GasTerra vooral de productie van hernieuwbaar gas moet stimuleren. Daarbij kan GasTerra zijn kennis delen. GasTerra vindt het belangrijk dat (groen) gas zijn logische rol in de energievoorziening van de toekomst vervult en heeft het onderwerp derhalve als materieel benoemd.

GasTerra heeft in 2016 het achterblijven van de groengasproductie voor het eerst als een belangrijk risico met een hoge impact aangemerkt. Om groen gas de komende jaren een belangrijke rol te laten spelen in de verduurzaming van de energievoorziening is het belangrijk dat de positie ervan snel verbetert en er voldoende productiecapaciteit wordt ontwikkeld. Als dit niet gebeurt, dan zal het besef dat gas onlosmakelijk verbonden is met de verduurzaming van de energievoorziening verder onder druk komen te staan.

GasTerra ondersteunde in 2016 onder andere een project waarin wordt onderzocht of er meer groen gas geproduceerd kan worden door rioolslib onder hoge druk te vergisten en hier waterstof aan toe te voegen. In 2017 gaat GasTerra een plan van aanpak maken hoe het de groengasproductie verder kan bevorderen. Daarnaast leidt GasTerra samen met Gasunie een groengasproject in het kader van GILDE (Gas In een Langetermijn Duurzame Energievoorziening). Binnen dit project dat onder de vlag van de KVGN wordt uitgevoerd, kijkt de gassector samen met diverse partijen die betrokken zijn bij de energietransitie naar de bijdrage van gas en de gasindustrie aan een betaalbare en betrouwbare verduurzaming van de energiehuishouding.

Footprint GasTerra

Eén van de doelstellingen van GasTerra is het bevorderen van een duurzame bedrijfsvoering. GasTerra helpt zijn klanten hierbij, maar we zijn ook ons bewust van de impact van onze eigen bedrijfsvoering. Bij alle producten en diensten die we inkopen wordt duurzaamheid, naast prijs en kwaliteit, als criterium meegenomen bij de keuze uit het aanbod. Dit doen we omdat we het belangrijk vinden dat duurzaamheid zich wortelt binnen én buiten onze organisatie, en dat we maatschappelijk verantwoord ondernemen serieus nemen.

Daarnaast wordt bij de keuze van een leverancier ook gekeken naar de vestigingsplaats. Om de Groningse economie te stimuleren werken wij bij voorkeur samen met lokale leveranciers. In 2016 werd 36.749.213 euro aan niet-gasgerelateerde goederen en diensten besteed, waaronder automatisering, tijdelijk personeel, catering en schoonmaak. Hiervan is 26.427.250 euro geleverd door leveranciers uit de regio.

Energiegebruik

Het gebouw van GasTerra heeft een A+-energielabel en voor eigen verbruik wordt groene elektriciteit en groengas ingekocht en deels zelf opgewekt door middel van zonnepanelen.

Ook in 2016 is de doelstelling om het gasverbruik onder de 35.000 kubieke meter gas per jaar te houden behaald. Met name door de koude januarimaand is het gasverbruik ten opzichte van 2015 wel gestegen. Het gasverbruik bedroeg in 2016 27.174 kubieke meter; in 2013 was dat nog 38.264 kubieke meter.  

Het kantoor wordt verwarmd door twee gaswarmtepompen die gebruik maken van bodemenergie (Warmte Koude Opslag). Wanneer het kouder is en de warmtepompen niet genoeg capaciteit hebben, staan twee HR107-ketels klaar als buffer om de capaciteit te vergroten. Verder is de verlichting ‘slim’, zodat lampen niet meer op ongewenste tijdstippen branden en worden in vakantieperiodes verdiepingen afgesloten om minder energie te gebruiken. Door medewerkers meer inzicht te geven in het energiegebruik en hun aandeel daarin verwachten we de komende jaren het energiegebruik verder terug te kunnen dringen.
 

  2016  2015 
Gasverbruik 27.174 kubieke meter 19.274 kubieke meter
Elektriciteit 348.619 kWh 338.504 kWh
Waterverbruik 1.270 kubieke meter 1.324 kubieke meter
Papierverbruik 333.336 vellen 438.505 vellen

In het kader van de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED) heeft GasTerra dit jaar een plan van aanpak voor energiebesparing opgesteld (de energie-audit). Het rapport is inmiddels door de gemeente Groningen goedgekeurd en geeft naast inzicht in het huidige energieverbruik ook een overzicht van maatregelen die worden genomen om de komende drie jaar telkens de CO2-uitstoot met 2 procent te reduceren ten opzichte van het niveau van 2015.

Reizen

Het kantoor van GasTerra beschikt over een beperkt aantal parkeerplaatsen voor bezoekers. Medewerkers maken gebruik van het openbaar vervoer of de fiets om naar hun werk te gaan. Bovendien werken medewerkers steeds vaker thuis. De bezetting in het pand neemt mede daardoor jaarlijks met ongeveer 10 procent af. We faciliteren dit met flexplekken en goede digitale voorzieningen.

GasTerra heeft de CO2-uitstoot voor vliegreizen en de leaseauto’s ook in 2016 gecompenseerd. Daarnaast compenseren we de CO2-uitstoot van ons kantoor door zogenaamde ‘carbon credits’ van de Climate Neutral Group (CNG) te kopen. Hierdoor kan CNG investeren in klimaatprojecten in landen waar de investering in deze projecten een positief effect heeft op de lokale economie, werkgelegenheid, inkomen en het milieu. CNG voldoet aan strenge kwaliteitscriteria en wordt gecontroleerd door onafhankelijke instanties. GasTerra heeft ervoor gekozen om de CO2-uitstoot te compenseren via een duurzaam Gold-Standard-project, waarbij geïnvesteerd wordt in biogasinstallaties voor gezinnen in Tanzania.

Door de aard van onze activiteiten is de footprint van onze onderneming beperkt. Toch denken we mee met onze stakeholders hoe zij hun footprint kunnen verkleinen. Zo adviseren we onze klanten met het Milieu Plan Industrie (MPI) om minder energie te verbruiken en zetten we ons actief in voor gasproductie uit duurzame bronnen, zoals waterstofgas. Als gevolg van de opkomst van de TTF komen we minder makkelijk in gesprek met onze klanten. Door de anonieme handel hebben wij geen tot weinig zicht wat er eigenlijk met het gas gebeurt na verkoop. Om die reden proberen we tijdens de inkoop te bevorderen dat de footprint van aardgaswinning verkleint. Zo is GasTerra één van de partijen in de publiek-private samenwerking ‘Project Delta Group’ (PDG). De PDG denkt mee over het verlagen van de footprint van de gaswinning in Rusland, onder meer door ‘best practices’ te delen op het gebied van aardgaswinning en het verkleinen van de fysieke footprint van winningslocaties.